Column: starre Parijzenaars?

“Hij zei gewoon heel droogjes: ‘C’est très gentil, merci.’ Als ik hem een hondendrol cadeau had gedaan, had ‘ie exact hetzelfde op dezelfde toon gezegd,” klaagde Antonio, een Argentijnse vriend van mij, die sinds anderhalf jaar een relatie met een Parijzenaar heeft. En die Parijzenaar had niet al te blij gereageerd op het fantastische bling bling horloge dat Antonio voor zijn verjaardag had gekocht. Reden voor Antonio om tegen mij, tijdens een middagje winkelen in Le Marais, maar weer eens los te gaan over de in zijn ogen starre Fransmannen, die nooit hun emoties tonen. “De mannen zijn hier zo anders dan in Argentinië,” verzuchtte hij, terwijl hij zijn hoofd liet zakken. Antonio mag dan elke avond in bed kruipen naast een Fransman, hij heeft geen hoge pet op van het Franse volkje.

De eerste keer dat Antonio mij zijn mening over de Fransen had toevertrouwd, had ik hen verdedigd. Hoezo, geen emoties? Die theatrale Fransen zijn toch de hele dag bezig met hun emoties tonen? Hun hele dagelijks leven is één groot toneelstuk! Het theatrale was helemaal waar, moest Antonio beamen (hoewel dit natuurlijk ook niets was in vergelijking met de Argentijnen, verzekerde hij me), maar dat bleef allemaal oppervlakkig. De Fransen stellen zich niet écht voor je open, aldus Antonio. Had hij gelijk? Ik dacht na over mijn Franse vriendinnen. Sommige van hen ken ik al jarenlang en beschouw ik als echte vriendinnen, ook al zien we elkaar niet vaak. We komen bij elkaar thuis over de vloer en bespreken persoonlijke dingen met elkaar. Maar toch moest ik Antonio ergens wel gelijk geven. Lees verder


Aversie tegen wijn

Ik ben dol op Frankrijk en bijna alles wat typisch Frans is: stokbrood, paturain, éclairs au chocolat… Bijna alles, behalve wijn. Ik kan er niets aan doen, ik lust gewoon écht geen wijn. Maar dan heb je de juiste wijn nog nooit geproefd, hoor ik u denken, maar geloof me: ik heb veel verschillende soorten wijn –rode, witte, rosé- uitgeprobeerd, maar geen van allen vond ik lekker. En uit ervaring kan ik zeggen dat een aversie tegen wijn nogal lastig is, als je je –zoals ik- graag in Franse kringen begeeft. Want er  is natuurlijk geen volk op aarde dat deze eigenschap vreemder vindt, dan de Fransen. “Je moet naar een dokter!” riep mijn Franse leraar Gilles uit, op de talenschool in Parijs waar ik Frans studeerde, nadat ik hem mijn eigenaardigheid had opgebiecht. Hij verzekerde me dat er iets mis moest zijn met mijn smaakpapillen. Voor zover ik weet, is daar niets mis mee, maar daar zijn de meningen dus over verdeeld.

Misschien komt mijn aversie tegen wijn wel door een film die ik heb gezien toen ik een klein meisje was, waarin een groepje Franse mensen in een grote ton druiven stond plat te stampen. Zo maakten ze vroeger wijn, legde men erbij uit. Het enige wat ik zag waren die vieze voeten van die mensen. Ze waren een beetje zwartig en de mensen zagen er sowieso uit alsof ze al een week niet gedoucht hadden. En waar die vieze voeten op stonden te stampen, die vloeistof dronken mensen op? Bah! Lees verder

Theater bij de Parijse bakker

Mais non, déjà?!” riep de bakkersvrouw uit vanachter de balie. Ik had haar zojuist het slechte nieuws verteld. Mijn studie Frans in Parijs, die ik begin vorig jaar een aantal maanden heb gevolgd, was ten einde gekomen. “Over een paar uur vertrekt mijn trein naar Amsterdam,” zei ik tegen haar. Om dit wereldschokkende nieuws te verwerken, had de lieve bakkersvrouw – met wie ik elke ochtend even een praatje maakte als ik een baguette, en vaak ook een éclair au chocolat, bij haar kocht –een paar minuutjes nodig. Ook al stond de hele bakkerij vol klanten, nam ze er rustig haar tijd voor. Ze sloeg haar hand op haar voorhoofd en herhaalde: Déjà?! Mais c’est incroyable!” Met dezelfde snelheid waarmee haar gezicht in een plooi van absolute schrik was getrokken, toverde deze nu een glimlach van oor tot oor tevoorschijn. Ze zei dat ik vast een goede tijd in Parijs had gehad, en dat mijn Frans met sprongen vooruit was gegaan. Ook gaf ze me nog wat tips voor de volgende keer. Ik moest niet meer naar dezelfde studio terugkeren, want die was veel te duur. Er waren veel betere studio’s in de stad te vinden voor een lagere prijs. Ik keek opzij naar de andere klanten in de zaak, maar het leek hen niet te deren dat ons gesprek hen ophield. Lees verder

Mademoiselle allemande

“Vous êtes allemande?” vroeg de verkoper in de Parijse DVD-winkel nadat ik hem –écht in perfect Frans- had gevraagd of hij de dvd van Le fabuleux destin d’Amélie Poulain had. Hoe komt het toch, dat Fransen altijd metéén doorhebben dat ik niet Frans ben, ook al heb ik werkelijk honderden uren van mijn leven besteed aan het leren van de Franse taal én uitspraak? Had ik ‘poulain’ niet goed uitgesproken, moest het dan toch ‘la destin’ zijn, of vragen Fransen überhaupt nooit naar de dvd van Amélie omdat iedereen die film al vaker heeft gezien dan ‘m lief is? Nee, ik zei het echt goed, maar het lijkt wel alsof Fransen er een zesde zintuig voor hebben ontwikkeld: ze pikken de nep-Fransen er altijd zó uit. Hoe hard ik ook mijn best doe, en wat ik ook zeg, zelfs aan het simpele woordje ‘oui’ horen ze al dat ik geen Française ben. Zodra ik mijn mond opentrek in Frankrijk, volgt dan ook steevast de vraag: “Vous êtes de quelle origine?”, soms afgewisseld door: “Vous êtes allemande?” Lees verder